Waarom wij in januari vrijwillig naar -20°C gaan
We zijn volgens mij een beetje verleerd hoe donker het eigenlijk kan zijn. Probeer in Nederland maar eens een plek te vinden waar het echt donker is. Er is altijd wel een lantaarnpaal, een snelweg of ergens een stad die de halve lucht verlicht. En anders hebben we zelf nog een scherm voor onze neus...
De eerste keer dat ik 's winters in Lapland was, viel me vooral op hoe donker het daar was. Je doet 's avonds de deur open en buiten is er gewoon niks. Geen auto's, geen straatverlichting en soms ook geen enkel huis te zien. Je hoort eigenlijk alleen je eigen voetstappen door de sneeuw. In het begin zie je ook vrij weinig. Maar na een tijdje wennen je ogen eraan en zie je ineens veel meer. De sneeuw licht een beetje op, er blijken bizar veel sterren te zijn en zelfs een klein lampje in de verte valt ineens op.
En natuurlijk kijk je ook omhoog. Want ja, je bent in Lapland.
Ik heb altijd iets moois gevonden aan het noorderlicht, juist omdat het zich totaal niet laat plannen. We zijn bij Kaaiman gewend om zo'n beetje alles van een reis vooraf te regelen. Treinen, accommodaties, activiteiten, transfers. Maar het noorderlicht heeft daar maling aan. Je kunt drie apps bekijken, de perfecte plek uitzoeken en een uur buiten staan bij -20. En dan gebeurt er niks. En de volgende avond loop je toevallig even naar buiten en hangt er ineens een groene gloed boven je hoofd. Dat is toch gaaf.
Maar eerlijk gezegd vind ik dat hele noorderlicht niet eens het mooiste aan Lapland.
Overdag met een hondenslee of sneeuwscooter door die enorme witte wereld. Koude wangen. Sneeuw die kraakt onder je schoenen. Daarna met de groep een vuurtje maken en tosti's roosteren boven het kampvuur. Simpel, maar op zo'n plek smaakt zo'n tosti ineens belachelijk goed. Daarna naar binnen om op te warmen. En dan 's avonds toch nog één keer je warme pak aantrekken en naar buiten lopen. Gewoon even kijken. Voor het geval dat…
Sindsdien valt me thuis trouwens pas op hoeveel licht we overal hebben. Want pas als het écht donker wordt, merk je hoeveel er eigenlijk te zien is. En heel soms kleurt die hele donkere lucht ook nog groen.
Dan heb je helemaal niks meer te klagen.
Tot snel,
Bas